home biografie praktijk gastenboek inspiratie contact

Artikel in: Terugkeer 19(2), zomer 2008 - Jubileumnummer: 20 jaar Merkawah

De Merkawah-definitie van een BDE eindigt met: “…maar een BDE kan ook voorkomen bij hoge stress of diepe meditatie, of zelfs heel spontaan zonder enige aanleiding.” Onderstaand verhaal valt zeker onder de laatste twee elementen. Die logenstraffen overigens het veelgehoorde argument dat een BDE uitsluitend en alleen het gevolg is van zuurstoftekort. – redactie

BDE tijdens een visualisatie-oefening
door Inge van den Berg

Ik ben een gewone, jonge vrouw van 38. Ik ben gelukkig getrouwd en we hebben twee lieve kinderen. Een jaar geleden ongeveer heb ik een bijna dood ervaring meegemaakt en daar wil ik graag iets over vertellen. Hieronder volgt een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving.

We zijn een week geleden verhuisd naar een heerlijk nieuw huis, waarin ik volgend jaar mijn eigen healingpraktijk zal starten. Ik heb hard gewerkt, veel te veel zware dozen getild om alles zo snel mogelijk op orde te krijgen. Het zou fijn zijn om de woonkamer met Kerst een beetje gezellig in te kunnen richten, vooral voor de kinderen. Mijn rug doet zeer van het ongewone werk en we besluiten vroeg naar bed te gaan. Ik lig er als eerste in, lekker warm onder mijn dekbed. Terwijl ik wacht bedenk ik dat het wel weer eens tijd is voor de energieoefeningen waar ik door alle drukte al een tijdje niet aan toegekomen was. Ik volg een cursus Intuïtief Waarnemen. Iedere week leer ik daar hoe ik het beste voor mijn eigen energiehuishouding kan zorgen.

Visualisatie
Ik loop netjes mijn rijtje oefeningen af en voel al hoe mijn rugpijn wat begint weg te trekken. Eén van de eerste visualisaties die ik heb geleerd is hoe ik contact kan leggen met mijn hoger zelf. Ineens heb ik zin om die visualisatie weer te doen. Ik voel de behoefte eens even helemaal tot rust te komen. Op de mij vertrouwde manier stap ik in de gevisualiseerde lift en druk het knopje voor dakterras in. Er stond daarnet iets op de liftdeur: ‘Inge van den Berg’ en daaronder: ’26 december 2006’. ‘Hm, misschien ligt er alvast een verjaardagscadeautje in het verschiet’, gaat er door me heen, terwijl de lift gestadig zijn lange klim naar het dakterras maakt. Wanneer ik daar aankom zal ik in een prachtig aangelegde tuin stappen, wat rondwandelen en uiteindelijk in een stapel kussens plaatsnemen en afwachten. Meestal komt er wel een wezen om eens een praatje te maken, vaak worden er heel verstandige dingen gezegd, soms juist raadselachtige en zo af en toe komt er helemaal niemand. Dan zit ik daar rustig en geniet ik van het prachtig bedauwde groen om me heen, de stralend schijnende zon en de dieren en insecten die op hun gemakje en totaal zonder angst rond mij lopen, vliegen. Voor dat laatste kom ik nu.

Lift stopt niet!
Vreemd genoeg stopt de lift helemaal niet als we bij het dakterras aangekomen zijn. De deuren gaan niet open, de lift schiet gewoon door, versnelt langzaam maar zeker. Wat vreemd. Ik wacht af wat er komen gaat. Als we uiteindelijk stoppen en de liftdeuren opengaan zie ik een eindje onder me een prachtig tapijt van schitterend witblauwe spikkeltjes licht. Het golft langzaam onder me door tot aan de horizon en vaag kan ik in de verte een kromming zien waar de lichtjes overgaan in het zwart erboven. Zo ziet het universum er dus uit, universa misschien wel, wanneer je er zelf niet meer in zit! Als een enorme, bolvormige, zachtjes golvende massa sterrenstelsels. Dit voelt groots! Overweldigend.
Ik stap de lift niet uit. Nee! Ik heb nu de smaak te pakken, dit is zo prachtig! Ik wil nog verder naar boven, meer zien, kijken hoe hoog ik uit kan komen. Maar als ik weer knopjes in wil drukken om de deuren te sluiten en verder omhoog te gaan, merk ik dat de lift volledig verdwenen is. Geen probleem. Als Superman richt ik mijn armen naar boven en mijn blik omhoog. Ik duik de hoogte in. Ik ga precies daar naartoe waar ik strak heen kijk. Het zwart duurt lang. Ik ben me ervan bewust dat hier van alles te zien is. Ik voel hoe dit lege zwart vol is met leven, met wezens van allerlei soort, maar ik wil niet stoppen nu ik zo lekker snel omhoog op mijn doel af ga. Steeds sneller. Met een wat ongemakkelijk gevoel schiet ik door deze dichtbevolkte zwarte leegte. Het lijkt  minuut na minuut voort te duren, mijn pijlsnelle tocht. Hoog boven me wordt een licht zichtbaar. Het trekt aan me. Ik begin me bewust te worden van een verandering in hoe de ruimte om mij heen aanvoelt. Het wordt plastisch, vervormbaar. Ik weet meteen waarom, zonder mezelf de vraag te stellen.

Tijd valt weg
De tijd valt langzaam weg, het gevoel van ruimte ook. Als door een gelatineachtig geheel reis ik. De bijzonder gevarieerde vervormingen van de ruimtetijd zijn prachtig om te zien, als zilverige zachte lijnen in het zwart. Dan bevind ik me plotseling tussen schitterende kleuren. Mijn verwondering doet me abrupt stoppen. Ik heb geen lichaam meer, ik voel niets van het halt houden. Mijn enorme snelheid van daarjuist is zonder overgang in stilstaan veranderd. Intens heldere kleuren wervelen om me heen, transparant en nevelig. Als schitterend wit met een heel klein beetje kleur van een wonderlijke, zijdeachtige verfsoort erdoorheen gemengd, kronkelen en draaien de kleuren om elkaar heen, zonder in elkaar over te gaan. Op een absurde manier gaat er van iedere kleur afzonderlijk een bewustzijn uit. De kleuren maken contact met me, op een afstandelijke en toch intieme manier. Ze leven! Maar zo onwerkelijk dat het niet eens in me opkomt met ze te communiceren. Ik geniet alleen maar vol verbazing van dit betoverende schouwspel! Heel snel al komt mijn drang nog verder omhoog te reizen weer bovendrijven. Automatisch kom ik weer in beweging. Met mijn blik opnieuw omhoog gericht zie ik hoe de prachtige kleuren langzaam overgaan in een helderder wit dan ik ooit heb gezien. Zo schitterend, zo fel, dat het mijn netvlies zou branden als ik het met mijn fysieke ogen zou kunnen bekijken. Ik voel hoe de laatste restjes tijd en ruimte wegglijden.

Welkom in het licht
Ik realiseer me hoe welkom ik ben, hoe volledig geaccepteerd en opgenomen. Een onbeschrijfelijk gevoel van ‘heel zijn’ overspoelt me. Ik reis het witte licht in. Het voelt eigenaardig, alsof het licht tastbaar is, dik bijna. Op een prettige manier omsluit het me als een bad warm water met precies de juiste temperatuur, zodat ik geen verschil meer voel tussen mijzelf en dit warme water. Ik heb geen enkele binding meer met mijn lichaam. Ik ben een deel van dit licht. Ik voel me grenzeloos. Het witte licht heeft een bolvorm, is gigantisch. Bij de kleuren kon ik dat nog niet zien, maar nu ik in dit licht ben weet ik het gewoon. Ik beweeg nog steeds. Ik dring steeds dieper door in het licht. Dan zie ik een minuscuul stipje zwart. Dit intrigeert me. Ik ben alle gevoel voor tijd en afstand kwijt, maar het zwarte stipje groeit. Mijn ego is volkomen weggevallen en heeft plaats gemaakt voor iets veel groters. Een indrukwekkend en machtig gevoel. Ik kom heel dichtbij. Het is onmogelijk te zeggen of dit zwarte, middenin het helderwitte licht, een bolletje is of een platte schijf. Misschien is het wel een gat. Het is zo intens zwart dat er geen schaduw of licht in te bespeuren valt. Ik kan er geen diepte in zien. Een indringende vraag borrelt op uit mijn geest: ‘Wat is dit?’ Een machtige, diepe stem antwoordt van ergens rechtsachter me: ‘Dit is het niets waaruit alles ontstaat.’

Centrum van Alles
Exact op dat moment begrijp ik alles! Werkelijk alles! Op alle vragen heb ik in één keer een antwoord, ook op de ongestelde en onvermoede vragen. Ik voel feilloos aan hoe ons universum in elkaar steekt. Hoe ik op elk willekeurig punt elke willekeurige kant op kan reizen en toch altijd uit zal komen bij deze diepzwarte cirkel. Bij mijzelf! Want ik bèn het zwarte, ik bèn Alles en tegelijkertijd Niets, ik weet alles, heb alle kennis die je je maar kunt indenken, en veel, veel meer.
Het vreemde is dat hoe verder ik omhoog en naar buiten reisde, hoe dichter ik dit centrum van Alles naderde en hoe groter de schaal werd, alsof ik aan de rand van een reusachtige, allesomvattende ‘bol’ zit waarbij de verhoudingen precies omgekeerd zijn. En andersom geldt het ook: hoe verder je naar beneden en naar binnen reist, hoe kleiner de schaal wordt, tot aan de allerkleinste deeltjes die er bestaan; je zult daar echter zien dat je je aan de buitenkant van het universum bevindt. Wat daarachter is? Ik heb niet verder gekeken, maar ik weet zeker dat je uiteindelijk toch ook weer uit zult komen bij het centrum van Alles, de zwarte bol, die alles omvat en tegelijkertijd helemaal Niets is. En dit Niets heeft geen begin en geen einde, het heeft geen cirkelbeweging, het is continu. Het is er altijd geweest, want de tijd bestaat hier niet.
Het diepe, inktzwarte zwart lonkt naar me. Ik bevind me aan de rand en wil dolgraag een kijkje erbinnen nemen. Het verlangen is onweerstaanbaar, maar ik durf niet. Ik ben bang dat wanneer ik het zwarte in zal gaan, er geen terugweg meer zal zijn. Ik ben er nog niet klaar voor mijn leven achter me te laten, mijn kinderen.

Terugkeer en verwerking
Ik keerde terug naar mijzelf, naar Inge, naar mijn lichaam. Veel sneller dan ik gekomen was. En ik realiseerde me vol verbazing dat ik hooguit enkele minuten weg was.
Na deze overweldigend volle ervaring heb ik een paar dagen in een gelukzalige roes doorgebracht. Grootse ideeën bedacht ik. Hoe ik de oneindige hoeveelheid energie uit het Alles zou kunnen gebruiken om mensen in één tel volledig te genezen. Hoe ik wetenschappers uit zou leggen dat het mogelijk is om in de tijd te reizen, en naar elke uithoek van het heelal, als ze maar een manier zouden kunnen vinden om gebruik te maken van de energie uit ‘de Oorsprong’. Ik probeerde woorden te vinden voor wat ik ervaren had, probeerde het zo goed mogelijk uit te leggen aan de mensen die naar me wilden luisteren. En dat bleek gewoonweg onmogelijk te zijn. Langzaam zakte de enorme hoeveelheid kennis weg, bij gebrek aan de juiste woorden. En daarmee ook het gevoel één te zijn met Het Geheel. Mijn hersenen waren gewoonweg niet in staat dit alles vast te houden. Mijn herinnering werd ‘plat’, een beter woord heb ik er niet voor; alsof je een warm stralende zonsondergang reduceert tot een eenvoudige kindertekening. Hoe kan ik de kennis en ervaringen die ik heb opgedaan in een totaal andere dimensie vertalen naar mijn leven hier, op aarde? Alleen al mijn poging dat te doen zorgt ervoor dat  de tranen me in de ogen springen. En datzelfde gebeurt iedere keer wanneer ik een ander probeer uit te leggen hoe het is om Alles en Niets tegelijkertijd te zijn, hoe mijn ervaring zo veel werkelijker, zo veel echter was dan mijn gewone leven is. Onmacht, frustratie, me onbegrepen voelen. En vooral ook eenzaamheid.

Nog eens geprobeerd
Ik heb verschillende keren geprobeerd met dezelfde visualisatie nóg eens bij de Oorsprong uit te komen. Het is me niet gelukt. Eén keer, op mijn verjaardag twee dagen na de ervaring zelf,  heb ik een verbinding kunnen maken met die oneindige hoeveelheid energie en heb ik de ontzagwekkende kracht ervan nog eens gevoeld, deze keer terwijl ik in mijn lichaam was. En daar moet ik me mee redden. Het verlangen terug te keren is verterend, nog steeds. De wetenschap dat het onmogelijk is geeft me een diep verdrietig gevoel, een gevoel dat onder de oppervlakte van mijn ziel woont.
Ik wilde voor mijzelf verklaren wat ik allemaal heb waargenomen op mijn reis naar ‘boven’. Ik wilde weten of er meer mensen zijn die met ditzelfde gevoel rondlopen en iets gelijkaardigs hebben meegemaakt. Tot dan wist ik niet dat het een bijna dood ervaring was geweest. Ik ben uren gaan zoeken op het Internet naar verhalen van anderen, naar uitleg, naar verklaringen. Uiteindelijk kon ik niet anders dan concluderen dat ik een BDE had gehad. Hoe vreemd! Ik wist niet dat dit mogelijk was zonder dat je daarvoor in een kritieke situatie verzeild hoefde te raken. Kennelijk kan het je ook overkomen wanneer je in diepe meditatie bent. Het is een opluchting om er een naam voor te hebben, om te weten dat ik niet de enige ben, maar in mijn directe omgeving ken  ik eigenlijk niemand die hetzelfde heeft meegemaakt, niemand met wie ik ervaringen zou kunnen uitwisselen.

Wisselende reacties
Vrienden en familie reageerden heel wisselend. Sommigen waren onder de indruk van de kracht van mijn verhaal en geïnteresseerd in de inzichten die het me had gegeven, anderen wilden er niets over weten en vonden het allemaal maar onzin. Voor vrienden die zich ook met spirituele zaken bezighouden werd ik ineens iemand om naar op te kijken, een verlicht mens. Daar voelde ik me ongemakkelijk onder. Juist nu voel ik tot in mijn tenen dat ik niet meer of minder waard ben dan een ander levend wezen. Mijn man laat me begaan, maar wil er niets over horen. Voor hem leef ik in een andere werkelijkheid. Eén waarin hij zich niet thuis voelt. En ergens voelt dat wel goed. Het houdt me zeker met beide benen op de grond. En het geeft een goede balans tussen het materiële en het spirituele voor onze kinderen, die nog jong zijn.
Mijn honger naar kennis, zodat ik een verklaring zou kunnen vinden voor de BDE, voerde me logischerwijze naar de wetenschap, met name de kwantummechanica. Ik heb veel geluk wat dat betreft. Mijn oom, de tweelingbroer van mijn vader, heeft jaren lesgegeven in Natuurkunde en is zeer geïnteresseerd in het vage gebied waar wetenschap en spiritualiteit samenkomen. Nu hij gepensioneerd is en veel tijd achter zijn computer doorbrengt, heeft hij alle tijd om me bij te spijkeren. We denken samen na over wetenschappelijke problemen. We naderen elkaar in onze overtuigingen. Ik geloof dat we er allebei van overtuigd zijn dat de twee ogenschijnlijk onverenigbare gebieden uiteindelijk twee kanten van dezelfde medaille zullen blijken te zijn.

Diep verdriet
Na verloop van tijd begon tot me door te dringen dat de grote veranderingen, die een BDE normaal gesproken in het leven van een mens teweeg brengt, bij mij eigenlijk helemaal niet zo groot waren. En ook dat het vage verdrietige gevoel, dat nu weliswaar intenser was, eigenlijk altijd al wel in mijn leven aanwezig is geweest. Ik ben gaan zoeken naar mogelijke oorzaken voor dit verdriet. Ik vroeg me af welke trauma’s ik had opgelopen en ben hard gaan werken aan het oplossen van allerlei kleinere en wat grotere problemen. Maar het verdrietige gevoel verdween niet. Ook niet toen ik echt niets meer kon vinden waarin mijn leven nog scheef zou kunnen zitten. Uiteindelijk ben ik naar 
Tinne Jackson toe gestapt die me hielp onder hypnose, en later in regressie, direct in contact te komen met oude pijn die er wellicht nog zat. Daaruit kwam iets wonderbaarlijks naar voren! Hieronder volgt een gedeelte van wat ik meteen na een regressiesessie heb opgeschreven:

Ik moest me voorstellen dat ik op mijn rug op een groot en zacht bed lag en dat de kamer rondom mij cirkelvormig was en gemaakt van zacht glanzend, zwart marmer. Het plafond boven me is doorzichtig en koepelvormig. De nacht is stralend zwart en de sterren fonkelen een warm welkom. De kamer begint te draaien, steeds sneller, tot ik omhoog schiet, pijlsnel de sterren in. Het is een fysiek gevoel, niet denkbeeldig, bijzonder. Dan begin ik te vallen, terug naar de aarde, tussen sterren en planeten door tot ik in de buik van mijn moeder land.
‘Hoe is het daar?’ vraagt Tinne.
Ik kan gewoon antwoorden, ook al ben ik diep weggezonken in mijn herinneringen. Mijn stem klinkt krakerig, wat onzeker, zacht. Ik zie een omfloerst rood licht helemaal rondom me, met nuances van donker en lichter rood. Ik voel me heel klein, petieterig en weet dat ik een wurmpje ben, een donderkopje, een kikkervisje, nog maar nauwelijks bewust en toch al heel alert. Ik hoor het hart van mijn moeder zachtjes bonken. Een geluid dat je kunt voelen.
‘Hoor je stemmen?’
Nee, ik hoor geen stemmen, alleen maar die hartslag, ke-bonk, ke-bonk. Een prettig, rustig geluid. Heel kalmerend. En terwijl ik me zo langzaam bewust word van mijn omgeving daar in de baarmoeder, merk ik dat mijn lichaam, dat op het bed ligt bij Tinne in de behandelkamer, kleine spastische trekken ligt te maken. Het voelt vreemd afstandelijk, onbelangrijk.
‘Hoe voel je je daar?’
Het voelt strak, onder spanning. Het voelt alsof mijn moeder zich niet goed voelt. Haar onwel zijn lijkt door me heen te trekken en ik onderga het. Het is niet echt prettig, maar het is zoals het is. Dit is mijn huis, mijn wereld en hier begin ik te leven en in me op te nemen. Ik heb nog geen vergelijkingsmateriaal, ik ben blanco.
Dan word ik naar het moment van mijn geboorte geleid, er vlak voor. Soortgelijke vragen stelt ze me. Ik voel hoe ik strak opgerold lig in de buik van mijn moeder. Opgerold als een bal in een warme ballon. Ik voel me veel groter nu en voel me prettig. Het is lekker hier, mooi rossig licht met een zweem van oranje, zalig warm en veilig. Dan voel ik druk. Ik wordt samengeperst. Het is niet onprettig en ik geef me helemaal over aan dat gevoel, ben helemaal ontspannen, klaar voor de geboorte.
Dan verandert alles. In plaats van steeds meer samengeperst te worden voel ik hoe ik groei en groei. Ik wordt steeds groter, een enorme bal met hier en daar een zachte uitstulping. Als ik er op dit moment een naam aan moet geven lijkt het op een ronde, doorzichtige zeekomkommer zoals ik me voel, maar dan hol en gevuld met warmte en zachtheid; de scheiding tussen mij en al het andere is zacht en plastisch. Ik groei en groei en groei.
Tinne klinkt bezorgd. Dit gaat niet zoals ze had verwacht. ‘Kun je jezelf zien?’
Nee. Of… ja. Daar beneden, daar zie ik mezelf, als een heel klein wit baby’tje. Maar ik ben daar niet, ik ben hier en ik ben zo veel meer dan alleen maar dat baby’tje. Het is alleen maar een lichaampje dat steeds kleiner wordt in de verte. Een stofje en dan helemaal niets meer. Alles is donker om me heen. Ik voel me enorm, reusachtig groot en voel hoe ik alles omvat, de hele wereld, alles. Het voelt zo echt.
Nog eens, nadrukkelijk: ‘Je wordt nú geboren. Kun je jezelf zien?’
Nee, ik zie mezelf niet meer. Ik ben groots, een gigantische bol leven en bewustzijn en het is prima hier. Geboren worden trekt me helemaal niet. Dan begint er iets te veranderen. Ik voel me in elkaar vallen, ik verander in een steeds kleiner wordende zeesterachtige vorm. Zo nu en dan plop ik naar buiten en word ik weer even een bol. Kleiner en kleiner word ik en dan zit ik ineens in mijn lichaampje. Zo koud! Ik heb het zo koud en het is oogverblindend licht. Alles wit om me heen. Ik bibber van de kou, voel me verkleumd en naakt, kwetsbaar. Ik ben nat. Mijn nek voelt strak.
‘Hoor je iets?’
Ja. Het is druk om me heen. Veel geluid en spanning, stemmen. Ik voel de mensen. Ze maken zich zorgen om mij.
‘Zie je je moeder?’
Nee. Ik kijk en kijk, maar ik zie mijn moeder niet. Dan houdt iemand me onder mijn oksels. Ik ben bloot en nat en bengel daar in de lucht. En kijk recht in de ogen van mijn vader. Dan komt als een enorme golf zijn blijdschap bij me binnen. Hij is zo gelukkig! En opgelucht.
Ik weet dat ik voor hem teruggekomen ben. Omdat hij me zo graag wilde. Ik voel zijn geluk en ik huil. Dikke tranen stromen er over mijn wangen. Nu weet ik precies hoe mijn leven in elkaar steekt. Waar mijn verdriet vandaan komt. Ik begrijp, ik begrijp. Ik kwam terug voor hem en ben gaan leven. Ik had ook dood kunnen gaan, dat was óók goed geweest, maar dat deed ik niet. Ik snap nu de sterke band die ik altijd gevoeld heb en ook dat het verdriet te groot was om te kunnen dragen toen hij overleed. Ik voel me boos. Ik koos voor hem en hij laat me in de steek! En eindelijk kan ik huilen, huilen, huilen. De verwerking gaat heel snel. Ik voel de verschillende fasen van rouw door me heen trekken en weet hoe het nu allemaal een plaats heeft.
‘Zie je je moeder?’
Ja. Ze ligt in bed en is zo moe, zo moe. En ik lig in de armen van mijn vader. Nu warm ingepakt en veilig. Ik ben er!

BDE tijdens geboorte
Ik was aan het doodgaan toen ik geboren werd. Mijn moeder vertelde naderhand dat ik erg lang in het geboortekanaal had gezeten, dat de navelstreng zich een aantal keer rond mijn nek had gewikkeld en dat ik maar niet wilde ademen toen ik eindelijk geboren was. En ook dat ik mijn vader als eerste zag. Mijn vader is ruim tien jaar geleden plotseling overleden. Ik dacht altijd dat ik zijn dood goed had verwerkt en dat ik voldoende om hem had gerouwd, ook al vond iedereen die mij goed kent dat dit niet het geval was. Ik vond het wel vreemd dat ik nooit kwaad geweest ben toen hij er zomaar tussenuit glipte, maar ik dacht dat het gewoon mijn manier van verwerken was. Ik kon het niet zien. Geen wonder! Als je bedenkt hoe zeer mijn leven met dat van hem verweven is geweest, zonder dat ik daar ooit iets van afwist, van af kòn weten, had ik geen andere mogelijkheid dan het gevoel dat ik in de steek gelaten was diep, diep wegstoppen.
Deze regressie en de wetenschap dat ik tijdens de geboorte ook een BDE heb gehad, hebben de laatste puzzelstukjes op hun plaats gelegd. Ik begrijp nu hoe het komt dat ik altijd al hoogsensitief was; of overgevoelig, het ligt er maar aan hoe je het wilt bekijken. Liever alleen zijn, veel oog hebben voor de kleine dingen, weten hoe andere mensen zich voelen en fysieke pijn hebben als ik kritiek of boosheid ontvang. Een wijs kind was ik en ik had meestal oudere vriendinnen.
Ik ben altijd op zoek geweest naar het ervaren van eenheid, heelheid. Nu weet ik waarom. Ik ben heel blij dat ik een bewuste BDE heb meegemaakt en voel me heerlijk rustig van binnen nu mijn leven glashelder lijkt te zijn.

Terug naar Biografie